Chat met een apotheker!

Veelgestelde
vragen
Mirena

Mirena is een hormoonspiraal. Deze anticonceptiemethode is 8 jaar werkzaam in het beschermen tegen zwangerschap. Bekijk hier de veelgestelde vragen over Mirena.

Mirena is een systeem voor gebruik in de baarmoeder. Wanneer het systeem in de baarmoeder is geplaatst, geeft het daar langzaam een kleine hoeveelheid van het hormoon levonorgestrel af. Dit middel houdt de eisprong tegen en maakt het slijm van de baarmoedermond minder doorgankelijk voor zaadcellen, ook zorgt het ervoor dat zaadcellen niet normaal kunnen bewegen en functioneren in de baarmoeder. Dit verkleint de kans op bevruchting. Door het spiraal wordt het baarmoederslijmvlies nauwelijks opgebouwd. Hierdoor kan een bevrucht eitje zich niet innestelen. Ook zorgt de aanwezigheid van een vreemd voorwerp in de baarmoeder, het spiraal zelf, ervoor dat innesteling van een eventueel bevrucht eitje niet kan plaatsvinden.

Je laat Mirena het beste inbrengen:

  • Binnen 7 dagen na het begin van je menstruatie.
  • Na een bevalling, als de baarmoeder weer haar normale grootte heeft en niet eerder dan 6 weken na de bevalling.

Met een hormoonspiraal zoals Mirena kun je je menstruatie niet uitstellen en ook niet vervroegen. Dit in tegenstelling tot de combinatiepil, de anticonceptiepleister en de anticonceptiering. Reden hiervoor is dat Mirena continu hormonen afgeeft en je daarom geen stopweek hebt.

Je kunt op elk gewenst moment stoppen met Mirena. Nadat Mirena is verwijderd kun je snel weer zwanger worden. Als je niet zwanger wilt raken, vraag dan aan je arts om advies over andere betrouwbare methoden van anticonceptie. Je kunt je alvast voorbereiden op het gesprek met je arts door de informatie op deze website te lezen.

Als je stopt omdat je zwanger wilt worden, wordt in het algemeen aangeraden om te wachten totdat je een natuurlijke menstruatie hebt gehad voordat je probeert in verwachting te raken. Je kunt dan gemakkelijker uitrekenen wanneer de bevalling zal plaatsvinden.

Ja, na het verwijderen van Mirena keert de normale vruchtbaarheid terug. In het algemeen wordt aangeraden om te wachten totdat je een natuurlijke menstruatie hebt gehad voordat je probeert in verwachting te raken. Je kunt dan gemakkelijker uitrekenen wanneer de bevalling zal plaatsvinden.

Zoals alle geneesmiddelen kan Mirena bijwerkingen veroorzaken, hoewel niet iedereen deze bijwerkingen krijgt. Voor een uitgebreid overzicht van de meest voorkomende bijwerkingen klik hier.

Mirena beschermt niet tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s). Alleen een condoom kan tegen deze aandoeningen beschermen.

Ja, Mirena kan worden gebruikt tijdens borstvoeding. Er zijn heel kleine hoeveelheden van het levonorgestrel teruggevonden in de moedermelk (0,1% van de dosis wordt overgedragen op de baby). Er is echter geen risico voor de baby te verwachten.

Mocht er tijdens het gebruik van Mirena onverwacht toch een zwangerschap optreden, dan moet je Mirena door je arts of verloskundige laten verwijderen. Ook moet je met je arts bespreken of het noodzakelijk is de zwangerschap te beëindigen. Bij een zwangerschap met een spiraal in de baarmoeder, is er namelijk een grotere kans op een miskraam of een vroegtijdige bevalling. In elk geval moet een dergelijke zwangerschap nauwlettend worden gecontroleerd.

Omdat een zwangerschap tijdens gebruik van Mirena niet vaak voorkomt, zijn er geen gegevens bekend over de invloed van Mirena op de vrucht. Mirena is immers een middel om zwangerschap te voorkomen.

Mirena kan helpen bij overgangsklachten. Dit werkt als volgt:

Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd wordt tijdens de natuurlijke menstruatiecyclus – onder invloed van lichaamseigen oestrogeen en progestageen hormonen – het baarmoederslijmvlies opgebouwd en ook weer afgestoten (de menstruatie). Bij vrouwen in de overgang houden de menstruaties uiteindelijk op en maakt het lichaam minder hormonen aan. Minder oestrogeen hormoon kan overgangsklachten (zoals ‘opvliegers’) veroorzaken. Een vrouw met overgangsklachten kan oestrogenen gebruiken om deze klachten tegen te gaan. Door het gebruik van oestrogeen hormoon wordt er ook weer baarmoederslijmvlies opgebouwd, maar als een vrouw niet meer menstrueert, wordt het slijmvlies niet meer afgestoten. Omdat een dikke laag baarmoederslijmvlies een vergrote kans op kanker van het baarmoederslijmvlies (endometriumkanker) kan geven, moet het baarmoederslijmvlies regelmatig worden afgebroken. Dit kan door – naast een oestrogeen hormoon – ook nog een progestageen hormoon te gebruiken een aantal dagen per maand (cyclus). Een andere mogelijkheid om overmatige groei van het baarmoederslijmvlies te voorkomen, is de groei van het baarmoederslijmvlies te onderdrukken. Dit is het geval bij Mirena, als gevolg van de werking van het progestageen hormoon levonorgestrel in het spiraal.

Aan het uiteinde van Mirena zijn twee dunne draadjes bevestigd die na het inbrengen door je arts of verloskundige op de juiste lengte worden afgeknipt. Deze draadjes maken het voor jou mogelijk om zelf te controleren of het spiraaltje nog op zijn plaats zit. Breng een vinger in je vagina tot aan de baarmoedermond: als je daar de dunne draadjes kunt voelen, zit Mirena goed. Trek niet aan de draadjes, want daardoor kan het spiraaltje naar buiten komen.

Wanneer de draadjes niet meer voelbaar zijn, kan het spiraaltje mogelijk zijn verschoven. Het is ook mogelijk dat het spiraaltje zich buiten de baarmoeder bevindt of geheel is uitgestoten. Raadpleeg in dit geval je arts. Hij/zij zal dan met behulp van bijvoorbeeld echografisch onderzoek vaststellen waar de spiraal precies zit.

In de hieronder genoemde situaties mag je Mirena niet gebruiken. Als één van deze situaties op jou van toepassing is, moet je dit aan je arts vertellen voordat je Mirena gaat gebruiken. Het is mogelijk dat je arts jou in dit geval een ander anticonceptiemiddel (zonder hormonen) aanraadt.

  • Je bent zwanger of zou zwanger kunnen zijn.
  • Je hebt een kwaadaardige aandoening die voor de groei afhankelijk is van progestageenhormonen, zoals bepaalde vormen van borstkanker.
  • Je hebt acute of steeds terugkerende ontstekingen in het kleine bekken (in de onderbuik), of je hebt dat gehad.
  • Je hebt een ontsteking van de baarmoederhals (cervicitis).
  • Je hebt een ontsteking van de geslachtsorganen of een soa (seksueel overdraagbare aandoening).
  • Je hebt een ontsteking van het baarmoederslijmvlies na een bevalling (endometritis postpartum).
  • Je hebt in de afgelopen drie maanden een abortus ondergaan waarna er een infectie is opgetreden.
  • Je hebt een aandoening die je weerstand langdurig (chronisch) vermindert of die kan verergeren door bacteriën in de bloedbaan (bijvoorbeeld een afwijking van de hartkleppen of een aangeboren hartafwijking).
  • Je hebt abnormale veranderingen van cellen van de baarmoedermond (cervixdysplasie).
  • Je hebt een kwaadaardige aandoening van de baarmoeder of de baarmoederhals, of er wordt vermoed dat je dit hebt.
  • Je hebt abnormale bloedingen uit de vagina waarvan de oorzaak niet bekend is.
  • Je hebt een al dan niet aangeboren misvorming van de baarmoeder.
  • Je hebt ‘vleesbomen’ in de baarmoeder (myomen) die de baarmoederholte vervormen.
  • Je hebt een acute leverziekte of een levertumor.
  • Je bent allergisch voor één van de stoffen in dit geneesmiddel.

Je vagina en baarmoedermond worden gedesinfecteerd en vervolgens wordt met een zogenaamde kogeltang de baarmoeder zo veel mogelijk gestrekt. Het Mirena spiraaltje wordt nu ingebracht. Dit duurt slechts enkele minuten. Het inbrengen kan gepaard gaan met pijn, bloedverlies en soms flauwvallen. In overleg met je arts kun je een plaatselijke verdoving krijgen of pijnstillers nemen voordat het Mirena spiraaltje wordt ingebracht. Omdat de pijn bij het inbrengen vaak vooral wordt veroorzaakt door het trekken aan de baarmoeder, is het innemen van een pijnstiller een uur voor de inbrengprocedure vaak effectiever dan een plaatselijke verdoving.

Mirena wordt bij voorkeur door een getrainde arts ingebracht. Je arts zal voor het plaatsen van een Mirena spiraaltje eerst een inwendig gynaecologisch onderzoek doen om bijvoorbeeld de grootte en ligging van de baarmoeder te bepalen en om zwangerschap uit te sluiten. Nadat Mirena is ingebracht, zal je arts je vragen na 6 weken terug te komen voor controle en daarna ten minste één keer per jaar. Je arts zal beslissen hoe vaak en welke soort controles nodig zijn in jouw geval. Als je klachten hebt, moet je contact opnemen met je arts.

Zowel onderzoek als praktijkervaring leert dat Mirena een goed werkende vorm van anticonceptie is, op voorwaarde dat het op de juiste manier gebruikt wordt. Geen enkele vorm van anticonceptie is 100% betrouwbaar en voor alle anticonceptiemethoden geldt dat ze pas effectief kunnen zijn als ze correct en op het juiste moment worden ingenomen, gebruikt of toegediend.

Als Mirena tijdens de menstruatie – of in ieder geval binnen 7 dagen na het begin van de menstruatie – wordt ingebracht, ben je direct na het inbrengen beschermd tegen zwangerschap. Als Mirena niet tijdens de menstruatie wordt ingebracht, moet je de eerste 7 dagen na het inbrengen een zogenaamde barrièremethode (bijvoorbeeld een condoom) gebruiken.

Mirena is een hormoonspiraaltje waarmee je hoogstens 8 jaar bent beschermd tegen zwangerschap. Als je na 8 jaar bent vergeten om op tijd je hormoonspiraaltje te vervangen voor een nieuw hormoonspiraaltje of ander anticonceptiemiddel, raadpleeg dan je arts voor advies.

Ja, Mirena kan je ook na overgeven of diarree beschermen tegen zwangerschap. Wanneer je een anticonceptiepil gebruikt en je hebt overgegeven of je hebt diarree, kan dit inderdaad invloed hebben op de werking van je pil. Dit geldt echter niet voor het hormoonspiraaltje. De effectiviteit van Mirena blijft behouden.

Past je huidige anticonceptie nog bij je?

Niet zeker over je huidige methode?

Dan past een andere anticonceptiemethode misschien beter bij je. Zo zijn er verschillende methoden waarbij je niet elke dag aan je anticonceptie hoeft te denken. Dat scheelt weer stress. Je huisarts of bekwame verloskundige kan je hier meer over vertellen.