Overzicht
Combinatie pil: MINISTAT
-
Wanneer mag je MINISTAT niet gebruiken?
In de hierna genoemde situaties mag je geen combinatiepil gebruiken. Als één van deze situaties op jou van toepassing is, moet je dit aan je arts vertellen voordat je met MINISTAT begint. Je arts raadt je dan misschien een ander type pil aan of een heel andere (niet-hormonale) methode van anticonceptie.
- Als je een bloedstolsel (veneuze trombose) in een been, longen of elders hebt of hebt gehad.
- Als je een aandoening van de (slagaderlijke) bloedvaten zoals bijvoorbeeld een hartaanval of een beroerte (hersenen) hebt gehad.
-
Als je een ernstig verhoogd risico hebt voor het krijgen van trombose. Het risico op trombose is ernstig verhoogd in de volgende situaties:
- als je een aandoening hebt (of in het verleden ooit hebt gehad) die een mogelijke voorbode kan zijn van een hartaanval (bijvoorbeeld angina pectoris, dit uit zich in hevige pijn op de borst) of van een beroerte (bijvoorbeeld TIA, dit is een transient ischaemic attack, een lichte beroerte zonder restverschijnselen);
- als je suikerziekte hebt waarbij je bloedvaten zijn aangetast;
- als je ernstig verhoogde bloeddruk hebt;
- als je een ernstig verhoogd vetgehalte in het bloed hebt (cholesterol of triglyceriden);
- als je een, al dan niet erfelijke, stoornis in de bloedstolling hebt.
- Als je migraine hebt of hebt gehad vergezeld van bijvoorbeeld gezichtsproblemen, spraakproblemen, of zwakheid/gevoelloosheid in een lichaamsdeel.
- Als je pancreatitis (een ontsteking van de alvleesklier) hebt of hebt gehad, gecombineerd met een hoog vetgehalte (cholesterol of triglyceriden) in je bloed.
- Als je een ernstige leveraandoening of geelzucht hebt of hebt gehad (zolang de lever nog niet helemaal goed werkt).
- Als je borstkanker, leverkanker of kanker aan de geslachtsorganen hebt, of in het verleden hebt gehad.
- Als je ongewone bloedingen uit de schede hebt, waarvan de oorzaak niet is vastgesteId.
- Als je een abnormale verdikking van het baarmoederslijmvlies hebt.
- Als je zwanger bent, of denkt dat je zwanger zou kunnen zijn.
- Als je overgevoelig bent voor een van de bestanddelen van MINISTAT.
Mocht een van de genoemde situaties ontstaan terwijl je MINISTATal gebruikt, dan moet je onmiddellijk stoppen en contact opnemen met je arts. Gebruik in de tussentijd een andere, niet-hormonale anticonceptiemethode.
-
Wanneer en hoe slik ik de MINISTAT pil?
Een strip MINISTAT bevat 22 tabletten. Bij iedere tablet staat aangegeven op welke dag die moet worden ingenomen. Neem de tabletten elke dag ongeveer op dezelfde tijd in, zonodig met wat water. Volg de richting van de pijl die op de strip is aangegeven tot je alle 22 tabletten hebt ingenomen. Daarna neem je 6 dagen geen tablet. In de loop van deze 6 dagen hoort een bloeding te beginnen (de zogenaamde onttrekkingsbloeding). Deze begint gewoonlijk op de 2e of 3e dag na de laatste tablet MINISTAT. Begin op de 7e dag met de volgende strip, ongeacht of de bloeding dan al voorbij is of niet. Dit betekent dat je steeds op dezelfde dag van de week met een volgende strip begint, en ook dat de onttrekkingsbloeding elke maand ongeveer op dezelfde dagen valt.
Als je MINISTAT op deze manier gebruikt, ben je ook tijdens de 6 dagen dat je geen pil slikt beschermd tegen zwangerschap.
-
Wanneer te beginnen met de eerste strip?
Dit hangt af van jouw persoonlijke situatie, zie onderstaande mogelijkheden.
Situatie 1: Je hebt de afgelopen maand geen anticonceptiepil gebruikt
Begin met MINISTAT op de eerste dag van de cyclus (de eerste dag van je menstruatie). Neem een tablet bij de betreffende dagaanduiding op de strip. Je mag ook op dag 2-5 van de cyclus beginnen maar dan moet je in de eerste 7 dagen wel een extra voorbehoedmiddel (bijvoorbeeld een condoom) gebruiken.
Situatie 2: Overschakeling van een andere combinatiepil, anticonceptiering of anticonceptiepleister
Je kunt met MINISTAT beginnen op de dag nadat je de laatste tablet van je vorige strip hebt genomen (dus zonder pauze). Als er bij je vorige pil ook niet-werkzame tabletten in de strip zitten, moet je meteen doorgaan na de laatste werkzame tablet van je vorige pil (als je niet weet welke dat is, vraag het dan aan je arts of apotheker). Je mag ook later beginnen, maar nooit later dan op de dag na afloop van de stopweek van je vorige pil (of na de laatste niet-werkzame (placebo) tablet van je vorige pil). Als je een anticonceptiering of een anticonceptiepleister hebt gebruikt, moet je bij voorkeur beginnen met MINISTAT op de dag van verwijdering, maar niet later dan op de dag waarop je een nieuwe ring zou moeten inbrengen of een nieuwe pleister zou moeten plakken.
Situatie 3: Overschakeling van CERAZETTE
Je kunt van de ene op de andere dag overschakelen op MINISTAT, maar je moet de eerste 7 dagen wél een extra voorbehoedmiddel (bijvoorbeeld een condoom) gebruiken.
Situatie 4: Overschakeling van de prikpil, het anticonceptiestaafje of hormoonspiraaltje
Begin met MINISTAT wanneer je anders de volgende injectie zou krijgen of op de dag waarop het staafje of spiraaltje wordt verwijderd. Je moet de eerste 7 dagen echter wél een extra voorbehoedmiddel (bijvoorbeeld een condoom) gebruiken.
Situatie 5: Na een bevalling
Als je net bevallen bent, zal je arts je waarschijnlijk aanraden om te wachten tot je eerste spontane menstruatie, maar soms is het mogelijk eerder te beginnen. Volg het advies van je arts. Dat geldt ook voor het geval dat je borstvoeding geeft en de pil wilt gebruiken. Als je een hormonale anticonceptiemethode wilt, wordt bij borstvoeding in principe een oestrogeenvrije anticonceptiemethode aanbevolen, zoals CERAZETTE, IMPLANON NXT, DEPO-PROVERA, SAYANA of MIRENA. Deze middelen hebben namelijk geen negatieve invloed op de kwaliteit en hoeveelheid van de borstvoeding of de ontwikkeling van de baby.
Situatie 6: Na een miskraam of abortus
Volg het advies van je arts. -
Ik ben de pil vergeten, wat nu?
Klik op deze link en volg de instructies: pil vergeten
Als je vaker je pil vergeet omdat je hier dagelijks aan moet denken, bedenk dan dat er ook niet-dagelijkse anticonceptiemethoden beschikbaar zijn:

-
Is MINISTAT nog betrouwbaar bij overgeven of diarree?
Als je binnen 3-4 uur na het innemen van een tablet moet overgeven, of ernstige diarree krijgt, is er een kans dat de werkzame stoffen niet volledig in het lichaam worden opgenomen. Deze situatie is vergelijkbaar met het vergeten van een tablet. Na overgeven of diarree moet je zo snel mogelijk een nieuwe tablet uit een reservestrip innemen. Indien mogelijk binnen 12 uur na het tijdstip waarop je normaal je pil inneemt. Als dit niet mogelijk is, of als de 12 uur al voorbij zijn, kun je het beste op de volgende link klikken en de instructies volgen: pil vergeten
Als je vaker last hebt van overgeven of diarree, bedenk dan dat er anticonceptiemethoden zijn waarbij dit geen invloed heeft op de betrouwbaarheid:
- Anticonceptiepleister (1 week anticonceptie, zelf aanbrengen)
- Anticonceptiering (1 maand anticonceptie, zelf inbrengen)
- Prikpil (3 maanden anticonceptie, door de arts laten geven)
- Anticonceptiestaafje (3 jaar anticonceptie, door de arts laten inbrengen)
- Spiraaltje (5 jaar anticonceptie, door de arts laten inbrengen)
-
Kan ik met MINISTAT mijn menstruatie uitstellen?
Ja, je kunt incidenteel je menstruatie uitstellen door zonder stopweek verder te gaan met een nieuwe strip MINISTAT. Je kunt met deze strip doorgaan totdat alle tabletten op zijn of desgewenst eerder stoppen. Je kunt tijdens het gebruik van deze tweede strip wel last hebben van doorbraakbloeding of spotting. Na de gebruikelijke tabletvrije periode van 6 dagen begin je dan weer met de volgende strip.
-
Kan ik de begindag van mijn menstruatie verschuiven?
Als je je tabletten volgens de aanwijzingen inneemt, zal je menstruatie steeds op ongeveer dezelfde dag beginnen. Als je deze dag wilt veranderen, kun je dat doen door de stopweek tussen twee strips te verkorten (maar nooit door te verlengen!!). Bijvoorbeeld als je menstruatie normaal op vrijdag begint en je wilt dat in het vervolg verschuiven naar dinsdag (3 dagen eerder) dan moet je nu 3 dagen eerder dan gebruikelijk met de nieuwe strip beginnen. Als je stopweek erg kort maakt (bijvoorbeeld 3 dagen of minder) kan het gebeuren dat je tijdens deze stopweek geen bloeding zult hebben. Je kunt dan tijdens de volgende strip last hebben van doorbraakbloeding of spotting.
-
Ik heb onverwacht bloedverlies, wat nu?
Met alle pillen kan in de eerste paar maanden soms onverwacht bloedverlies optreden (spotting of doorbraakbloeding). Je kunt dan misschien niet zonder tampon of maandverband. Blijf in ieder geval je tabletten innemen. Het onregelmatige bloedverlies houdt meestal op als je lichaam eenmaal gewend geraakt is aan MINISTAT (na ongeveer 3 strips). Als het langer duurt, erger wordt of weer opnieuw begint, moet je contact opnemen met je arts.
-
Ik ben deze maand niet ongesteld geworden, wat nu?
Als je alle tabletten correct hebt ingenomen, geen last hebt gehad van overgeven of diarree en ook geen andere geneesmiddelen hebt gebruikt, is het onwaarschijnlijk dat je zwanger bent. Je kunt dan gerust met de volgende strip verdergaan.
Als de verwachte bloeding echter twee keer achter elkaar uitblijft kun je zwanger zijn. Neem meteen contact op met je arts. Ga niet verder met de volgende strip MINISTAT voordat je arts heeft vastgesteld dat je niet zwanger bent. -
Als je stopt met het gebruik van MINISTAT
Je kunt met MINISTAT stoppen wanneer je maar wilt. Als je niet zwanger wilt raken, vraag dan aan je arts om advies over andere betrouwbare methoden van anticonceptie. Je kunt je alvast voorbereiden op het gesprek met je arts door de informatie op deze website te lezen. Als je stopt omdat je zwanger wilt worden, wordt in het algemeen aangeraden om te wachten totdat je een natuurlijke menstruatie hebt gehad voordat je probeert in verwachting te raken. Je kunt dan gemakkelijker uitrekenen wanneer de bevalling zal plaatsvinden.
-
Heeft MINISTAT bijwerkingen?
Zoals alle geneesmiddelen kan MINISTAT bijwerkingen veroorzaken, hoewel niet iedereen deze bijwerkingen krijgt. Raadpleeg de bijsluiter van MINISTAT voor een overzicht van de bijwerkingen.
Nieuwe gebruiksters van de pil kunnen gedurende korte tijd (enkele maanden of korter) last hebben van misselijkheid, gespannen borsten, lichte tussentijdse bloedingen ('spotting') en minder zin in seks. Oestrogenen in de combinatiepil zijn vaak verantwoordelijk voor deze bijwerkingen. Vaak verdwijnen deze bijwerkingen na enkele pilstrips vanzelf weer, je lichaam moet even kunnen wennen. Blijven de klachten toch aanwezig, dan wordt geadviseerd om een andere vorm van anticonceptie te kiezen.Combinatiemethoden met een lage dosering oestrogenen zijn:
- NUVARING: 15 microgram
- LOVETTE: 20 microgram
- MERCILON: 20 microgram
- MICROGYNON 20: 20 microgram
- YAZ: 20 microgram
-
Hoe zit het met MINISTAT en acne?
Lees verder op deze pagina: MINISTAT pil en acne
-
Hoe zit het eigenlijk met de pil en veilig vrijen?
De pil beschermt niet tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's). Alleen een condoom kan tegen deze aandoeningen beschermen.
