De introductie van de pil in 1960 was een belangrijke doorbraak in de geschiedenis van de anticonceptie, die het leven van vrouwen radicaal heeft veranderd. Sindsdien is de pil sterk veranderd. De pillen die vandaag worden gebruikt, zijn heel anders wat betreft dosis en hormoonconcentratie. Maar de echte innovatie sinds de pil is de ontwikkeling van alternatieve manieren om hormonale anticonceptie toe te dienen, voornamelijk niet-dagelijkse alternatieven voor de pil. De belangrijkste motor achter de ontwikkeling van dit soort producten was de behoefte aan vrouwvriendelijker methoden; methoden die minder gemakkelijk kunnen worden vergeten en waar vrouwen niet dagelijks aan hoeven te denken.
De zoektocht naar alternatieve methoden van hormonale anticonceptie was aanvankelijk gericht op anticonceptie die alleen progestageen bevatten. Het eerste niet-orale anticonceptiemiddel was de prikpil; daarna volgde het staafje en recenter het hormoonspiraaltje. Producten met zowel oestrogeen als progestageen - de zogenaamde gecombineerde anticonceptiemethoden - bleken moeilijker te ontwikkelen. Toch kunnen vrouwen sinds kort ook twee niet-orale, gecombineerde anticonceptiemethoden gebruiken: de anticonceptiering en de hormonale pleister.
Eerst vergelijken, dan kiezen
Ring, pil, pleister, spiraaltje, prikpil: vrouwen kunnen tegenwoordig kiezen uit verschillende hormonale anticonceptie. Dat is niet altijd een voordeel. Bij zoveel keuze verlies je gemakkelijk het overzicht. Daarom zetten we de verschillende methoden voor je op een rijtje.